Les 1. In welk element herken jij je?
⏱ 50 minDoel
Kinderen ontdekken intuïtief bij welk element ze zich vandaag het meest thuis voelen — en merken dat dat per dag kan verschillen.
Materiaal
- Vier hoeken in de klas, elk met een naam: vuur, water, aarde, lucht.
- Vier afdrukken van de element-illustraties (zie hierboven).
- Per leerling: een blad en stift.
Verloop
- Bewegingsspel (15 min). Lees telkens een zin voor. Bij elke zin gaan de kinderen naar de hoek die het best past. Voorbeelden:
- “Iemand is verdrietig op de speelplaats — wat is je eerste reactie?”
- “Het regent op de schoolreis — wat ga jij doen?”
- “Er ligt een groot probleem op tafel — waar begin jij?”
- Kringgesprek (15 min). Wie stond bijna altijd in dezelfde hoek? Wie wisselde veel? Wat zegt dat?
- Tekenopdracht (20 min). Teken jouw element zoals jij het ziet vandaag. Geef het een naam.
Reflectievragen
- Welk element kies jij vandaag, en welk gisteren?
- Welk element zou jouw beste vriend(in) je toewijzen?
- Welk element zit nog ergens in jou verstopt?
Les 2. Sterktes en valkuilen
⏱ 50 minDoel
Kinderen leren dat elke sterkte een schaduwkant heeft, en wat hen helpt als ze ‘doorschieten’ in hun element.
Materiaal
- Kaartjes met eigenschappen (bv. moedig, luisterend, betrouwbaar, impulsief, chaotisch, te zacht, te streng).
- Vier vellen A3, één per element.
Verloop
- Sorteren (20 min). Kinderen leggen elk kaartje bij het element waar het volgens hen bij past. Discussie waar nodig.
- Doorschieten (15 min). Per element bespreken: wanneer wordt de sterkte een valkuil?
- Vuur dat te snel handelt → impulsief.
- Water dat te veel voelt → kwijt in andermans gevoel.
- Aarde dat te lang vasthoudt → koppig.
- Lucht dat te lang denkt → afstandelijk.
- Tip aan jezelf (15 min). Iedereen schrijft één zin voor zichzelf: “Als ik doorschiet in mijn element, helpt het mij om…”.
Les 3. Groepsmix — samen één woud
⏱ 60 minDoel
Zien dat een groep sterker is met alle vier de elementen erin, en oefenen om iemand anders zijn element te vragen wanneer je vastloopt.
Materiaal
- Eén groot vel met een boom of woudkaart, opgedeeld in vier zones.
- Sticky notes voor de namen.
Verloop
- Naam in een zone (10 min). Elk kind plakt zijn naam in de element-zone waar hij/zij vandaag staat.
- Wat zien we? (15 min). Waar is er veel, wat ontbreekt? Hoe voelt dat?
- Casus (25 min). Geef de klas een verzonnen probleem (“We organiseren een schoolfeest met 100 euro”). Per element-groep wordt een aanpak voorgesteld. Dan: combineer ze.
- Afsluiter (10 min). Iedereen zegt aan één klasgenoot uit een ander element: “Bij jou kan ik terecht voor…”.
Doorvragen
- Welke combinatie van elementen werkte het best?
- Wanneer is het handig om een ander element ‘aan tafel’ te hebben?
- Wat doe je als je groep maar één element heeft?



