🌿Het Woud

Natuurgids

Bladeren & eetbare planten

Zes Vlaamse planten die kinderen veilig leren herkennen. Met tekeningen, een paar veiligheidsregels en een lesmodule in vier stappen.

Maak je eigen wandelgids (A5)

Vink hieronder aan welke planten erin moeten. Elke kaart heeft een tekening, herkenningspunten en plaats om iets op te schrijven.

6 van 6 geselecteerd

Eerst: de regels

  • Nooit eten wat je niet 100% zeker herkent.
  • Altijd met een volwassene erbij die de plant kan nakijken.
  • Wegblijven van drukke wegen, sporen en bespoten plekken (min. 30 m).
  • In Vlaanderen blijven we bij 10 Γ  12 goed herkenbare soorten.
  • Eerst kijken en tekenen. Pas op het einde β€” en met begeleider β€” proeven.
  • Twijfel je? Dan blijft hij buiten je mond.
Paardenbloem

Paardenbloem

Taraxacum officinale

Waar? Gras, bermen, tuinen β€” overal waar de zon komt.

Blad: Lang, diep gekarteld (β€˜leeuwentanden’), in een rozet op de grond.

Herken je het?

  • Gele bloem die β€˜s avonds dicht gaat.
  • Hol bloemsteel met witte melk (vlek niet op kleren).
  • Pluizenbol als zaad.

Gebruik: Jonge blaadjes door de sla. Bloem als versiering.

Mag in de mond β€” alleen met begeleider

πŸŽ’ In het spel: Zonnemuntje β€” +1 vrolijkheid in de groep

Brandnetel

Brandnetel

Urtica dioica

Waar? Vochtige zomen, bosranden, oude tuinen.

Blad: Hartvormig met gezaagde rand, in paren tegenover elkaar.

Herken je het?

  • Brandhaartjes β€” pluk altijd met handschoenen.
  • Kleine groene bloemtrosjes.
  • Stengel met vierkante doorsnede.

Gebruik: Na koken: thee, soep, spinazie. Rauw prikt het.

Eetbaar na koken / blancheren

πŸŽ’ In het spel: Kracht-thee β€” Geneest 1 vermoeidheid na een lange wandeling

Weegbree

Weegbree

Plantago major

Waar? Tussen tegels, op paadjes, in vertrapt gras.

Blad: Breed, ovaal, met duidelijke nerven die langs het blad lopen.

Herken je het?

  • Rozet plat tegen de grond.
  • Lange smalle bloemaar als een mini-aar.
  • Blad scheurt traag β€” taaie nerven.

Gebruik: Gekneusd blad op een muggenbeet of schaafwond β€” koelt en verzacht.

Mag in de mond β€” alleen met begeleider

πŸŽ’ In het spel: Wondblad β€” Heelt 1 schram of muggenbeet

Madeliefje

Madeliefje

Bellis perennis

Waar? Kort gras, speelpleinen, gazons.

Blad: Klein, lepelvormig, in een rozet aan de grond.

Herken je het?

  • Witte blaadjes met een felgele knop.
  • Sluit β€˜s avonds en bij regen.
  • Bloeit bijna het hele jaar.

Gebruik: Bloemblaadjes door de sla of op de boterham β€” mild, een tikje nootachtig.

Mag in de mond β€” alleen met begeleider

πŸŽ’ In het spel: Klein hartje β€” +1 zachtheid in een gesprek

Witte klaver

Witte klaver

Trifolium repens

Waar? Gras en weiden β€” vaak waar bijen vliegen.

Blad: Drie ronde blaadjes per steel, met een lichte halve maan.

Herken je het?

  • Drie blaadjes (vier-blaadje is geluk).
  • Witte ronde bloemhoofdjes.
  • Kruipt over de grond.

Gebruik: Bloemetjes eetbaar in kleine hoeveelheid. Tekenen in plantenschrift.

Mag in de mond β€” alleen met begeleider

πŸŽ’ In het spel: Klavergeluk β€” Gooi 1 keer opnieuw met de dobbelsteen

Kleefkruid

Kleefkruid

Galium aparine

Waar? Hagen, struikgewas, langs paadjes.

Blad: Smalle blaadjes in een kring rond de stengel (β€˜sterren-kraag’).

Herken je het?

  • Plakt aan je kleren β€” daarom ook β€˜plakkruid’.
  • Vierkante stengel met fijne haakjes.
  • Hele kleine witte stervormige bloemetjes.

Gebruik: Voel- en zie-les: plak het aan je trui en bekijk hoe het kleeft. Niet rauw eten.

Niet in de mond β€” voel- en zie-les

πŸŽ’ In het spel: Plakster β€” Mag aan een vriend(in) gegeven worden β€” verbinding +1

De lessen in 4 stappen

Les 1 β€” Kennismaken met planten en regels

  • In de klas: toon 5 Γ  6 bekende planten op foto.
  • Bespreek bladvorm, kleur en waar ze groeien.
  • Overloop samen de drie basisregels hierboven.

Les 2 β€” Bladeren en herbarium

Geef de kinderen een zoekkaart met drie categorieΓ«n:

  • Rand: glad / gekarteld / gelobd.
  • Vorm: rond / lang / speervormig / hartvormig.
  • Stand: los / tegenover elkaar / in een rozet.

Opdracht: zoek 5 bladeren. Plak ze in een schrift en schrijf erbij waar je ze vond, hoe ze ruiken en welke vorm ze hebben.

Les 3 β€” Eetbare planten (basis)

Bekijk de zes planten uit de gids. Laat de kinderen eerst beschrijven en tekenen β€” proeven doen we pas op het einde, en altijd samen met de begeleider.

Les 4 β€” Wandeling met de gids

Print de A5-wandelgids hierboven en neem hem mee. Per plant zie je een tekening, herkenningspunten en een vakje om aan te vinken.

Achteraf bespreken jullie samen: wat heb je gevonden, wat verraste je?

En in het spel?

Elke plant wordt een hulpmiddel. Weegbree heelt een schram, brandnetel-thee jaagt de vermoeidheid weg, en met een klaverblaadje mag je opnieuw dobbelen. De kinderen verzamelen ze in hun rugzakje terwijl ze verder lopen.