
Tuur was een jonge eekhoorn met een staart die nooit stil kon zijn. Elke woensdag sprong hij van tak naar tak naar de dikke beuk van zijn bomma. Ze heette Lieve. Maar voor Tuur was ze Bomma.
Bomma wist alles over noten. Waar je ze verstopt. Hoe je ze terugvindt. En welke je meteen opeet, omdat ze te lekker zijn om te wachten.
"Deze is voor de winter," zei Bomma dan, en ze stopte een hazelnoot onder het mos. "En deze," en ze gaf hem een tweede, "is voor nu."