
Aan de rand van een stille vijver, daar waar de waterlelies zachtjes wiegden, woonde een krokodil. Niemand wist precies waar zijn verdriet vandaan kwam, want hij huilde overal.
Hij huilde bij de vijver. Hij huilde onder de oude eik. Hij huilde op het schoolpad waar de jonge dieren langskwamen. Grote, glanzende tranen rolden over zijn schubben, één voor één, alsof ze nooit ophielden.
'Niemand begrijpt mij,' snikte hij. 'Niemand ziet hoe zwaar ik het heb.'
