
Melissa was een zebra met strepen die niemand ooit eerder had gezien. Waar andere zebra's zwart en wit droegen, droeg zij lila en zacht blauw — alsof haar strepen niet gewoon een jasje waren, maar de landkaart van iets binnenin. "Dat zijn haar zenuwen die je ziet," fluisterden de oude dieren. "Zij is een zebra met een geheim."
Van in het begin danste Melissa anders. Ze kon haar nek in bochten leggen die niemand kon nadoen. Ze kon haar poten strekken alsof ze van veertjes waren gemaakt. De kleine dieren van het Woud kwamen kijken. "Doe het nog eens!" riepen ze, en Melissa lachte en boog haar rug in een boog, en ze klapten en klapten.
Maar wat niemand zag: soms deed die dans pijn. Soms sprong er 's nachts iets uit haar plek en moest ze heel voorzichtig doen om het weer op zijn plaats te krijgen. Melissa zei er niks over. Want zij was de zebra die kon buigen. Zij was de zebra die dánste. Dat wilde ze niet kwijt.
In het Woud zeggen ze: "Wij zijn de zebra's van het Woud, geen paarden. Wie klopjes hoort, moet niet altijd meteen aan paarden denken. Soms is het een zebra." Dat is een oud spreekwoord uit de savanne van het Woud, voor dieren die zeldzaam zijn, en die vaak niet meteen begrepen worden.
