
De olifant was groot. Niet alleen aan de buitenkant, ook vanbinnen. Hij had het beste geheugen van heel het woud. Dat zei iedereen. En het was ook waar.
Hij wist nog welke nacht het hard geregend had toen hij klein was. Hij wist nog welk woord de das drie zomers geleden tegen hem gezegd had. Hij wist nog welke blik de mus hem toewierp, op een ochtend in maart.
Niet alleen de fijne dingen bleven hangen. Vooral het andere. Elke vergissing van iemand anders. Elke schele blik. Elke te harde grap.
