
De vos had de mooiste glimlach van heel het woud. Als hij naar je keek, voelde je je ineens iemand. En als hij iets zei, klonk het alsof het al gebeurd was, nog vóór hij het uitgesproken had.
"Ik help je morgen, hoor," zei hij tegen de das, die zijn hol moest opkuisen. De das knikte tevreden en ging gerust slapen.
"Geen probleem, jongen," lachte de vos. "Je kunt op mij rekenen." En weg was hij, het bos in, met die warme lach nog op zijn snuit.
